Hoe meer je hoort, hoe beter je wil horen

Ik zit in de trein van Utrecht naar Rotterdam. Als we de eindbestemming naderen en verschillende reizigers zijn opgestaan om richting de uitgang te wandelen, stopt de trein plotseling. Na vijf minuten klinkt er gekraak door de intercom, gevolgd door een mededeling van de conducteur: ‘Dames en heren, op last van de brandweer mogen we voorlopig niet naar de perrons. We weten nog niet hoe lang dit gaat duren, excuses voor het ongemak’.

De mededeling wordt nog een aantal keer omgeroepen, steeds krijgen we er extra informatie bij. Het wordt al snel duidelijk: dit gaat nog even duren. Ik kijk door het raam en kan het perron bijna aanraken, maar nét niet. Vertraging is altijd vervelend, maar het wordt extra zuur als je er bijna bent. Als je bijna de finish bereikt, maar net voor het eindpunt struikelt. Als je de gouden plak kan pakken, maar op een millimetertje misgrijpt. Had ik deze vertraging minder erg gevonden als ik al op Utrecht gestrand was? Als Rotterdam nog lang niet in zicht was geweest? Ja, want dan had ik geen enkele verwachting gehad. Dan had ik me neergelegd bij het niet bereiken van mijn bestemming en had ik er het beste van gemaakt in Utrecht.

Niets horen schept zekerheid
Het doet me denken aan een programma dat ik laatst zag; De Wachtkamer, waarin de zwaar slechthorende Monique gevolgd wordt. Ze staat voor een lastige keuze: wel of geen Cochlear Implantaat(CI)? Een van de argumenten die Monique aandraagt om geen CI te nemen, is dat doof zijn haar ook een stukje zekerheid geeft. Het is voor de buitenwereld immers heel duidelijk dat ze weinig of niets kan horen. Terwijl je als slechthorende vaak overschat wordt en op je tenen loopt om alles goed mee te krijgen. Zal zij dus wel gelukkiger zijn als ze weer geluid kan waarnemen? Of maakt ze het zichzelf juist moeilijker? Veel mensen kunnen zich nauwelijks voorstellen waarom zij geen CI zou willen. Als je de kans krijgt om beter te horen, dan is het toch vanzelfsprekend dat je daar voor gaat?!

Het is nauwelijks voor te stellen hoe slecht ik hoorde vóór mijn CI. Maar wat ik me nog heel goed kan herinneren, is dat ik me erbij neerlegde dat ik in veel moeilijke luistersituaties niks meer hoorde. Als er een groepsgesprek werd gevoerd, verstond ik vrijwel niets. Ik lachte schaapachtig en wist precies op de juiste momenten te knikken of lachen zodat ik niet onaardig overkwam. Ik had geen verwachtingen meer, en was al blij als ik dan toch nog een woordje kon oppikken. Bellen deed ik ook niet meer; mijn mobiel gebruikte ik alleen om te WhatsAppen of internetten. Niemand verwachtte nog van mij dat ik kon bellen, mijn telefoon rinkelde steeds minder. En op mijn werk had ik op ten duur zelfs geen vaste telefoon meer. Collega’s en klanten wisten dat ze mij niet konden bellen. Hoe verdrietig ook, het gaf mij wel zekerheid. Ik hoorde het niet en deed ook geen poging meer. Oftewel; ik bleef gewoon hangen op het station Utrecht en accepteerde dat.

De gretigheid van een goed vooruitzicht
Natuurlijk was dit geen situatie waar ik erg gelukkig van werd, maar godzijdank kon ik ondertussen reikhalzend uitkijken naar het moment waarop ik in aanmerking zou komen voor een CI. Er was licht aan het einde van de tunnel. Straks zou alles weer anders zijn en zou ik weer veel meer horen. Die droom is uitgekomen. Met mijn CI hoor ik weer ongelooflijk veel. Ik zou het echt voor geen goud meer willen missen. Maar wat ik niet van tevoren kon bedenken, is dat beter horen ook een hebberige, perfectionistische keerzijde heeft. Want hoe meer je hoort, hoe beter je wil horen.

In de eerste maanden, tijdens de revalidatie periode, maakte ik een vliegende start. Ik kreeg ontzettend veel nieuwe geluiden te verwerken en was bijna dagelijks verbaasd over wat ik allemaal weer kon horen en verstaan. Ook kon ik weer muziek luisteren en dat ging elke keer wat beter. Op een gegeven moment ging ik niet meer de deur uit zonder mijn MP3-speler en toebehoren. In het eerste jaar ervoer ik alleen maar verbeteringen, mijn gehoor ging met sprongen vooruit. Maar er kwam natuurlijk een moment dat ik uitgerevalideerd was. Ik had alles eruit gehaald wat erin zat. Dit is het.

Nu, weer een jaar later, betrap ik mezelf erop dat ik steeds vaker stilsta bij momenten waarop mijn gehoor nog te wensen overlaat. Als ik op mijn werk niet optimaal kan bellen met klanten, als ik in een drukke kroeg niet kan verstaan wat een leuke man tegen me zegt, als ik achterin de auto geen flauw idee heb wat er voorin wordt besproken of als ik tijdens de lunch met collega’s het idee heb dat iedereen ineens een andere taal spreekt.

Gelukkig zijn daar weer extra hulpmiddelen voor. Op mijn werk heb ik inmiddels een headset met ringleiding, zodat ik beter kan bellen. En met mijn nieuwe Roger Pen (soloapparatuur van Phonak) kan ik in rumoer beter verstaan, hoor ik in de auto vrijwel alles weer en kan ik zelfs zonder ondertiteling het nieuws letterlijk volgen. Het is toch geweldig dat al deze oplossingen er zijn! Toch knaagt er nog iets…

De bionische mens, de betere mens?
Het gevaar is, volgens de Amerikaanse filosoof Michael Sandel, dat we teveel van techniek gaan verwachten. Maar techniek is slechts een hulpmiddel. In de aflevering ‘De bionische mens’ van het programma ‘De Volmaakte Mens’ zegt Sandel: ‘Met biotechnologie veranderen we onszelf om te passen in de door ons gecreëerde wereld en sociale rollen in plaats van te bespreken en ter discussie te stellen of we het systeem op een rechtvaardige manier ontworpen hebben’.

‘Als we biotechnologie zien als een oplossing voor ongelijkheid, achterstand of armoede, leidt het ons af van het kritisch beschouwen van de manier waarop we onze samenleving en economieën hebben ingericht. Het behandelt degenen die niet voldoen, als niet geschikt.’ Als de mens versmelt met techniek, ontstaat er dan een beter mens? vraagt interviewer Bas Heijne aan technisch filosoof Peter-Paul Verbeek. ‘Wat is een beter mens? vraagt Verbeek zich af. ‘Het veronderstelt de gedachte dat je weet wanneer iemand beter is. Als hij langer leeft, als hij intelligenter is of als hij minder vaak ziek is?’

Mijmerend in de stilstaande trein vraag ik me af; zou ik mezelf een beter mens vinden als ik weer net zo goed zou horen als normaal horenden? Heb ik toch nog steeds het gevoel dat ik tekortschiet, ondanks dat ik veel beter kan horen met mijn CI? Is het niet de techniek an sich is die mij uiteindelijk gelukkig maakt, maar hangt mijn geluk nog steeds af van het beeld dat ik heb van de perfect horende mens? Wordt het nu niet eens tijd om dat beeld te herstellen en te accepteren dat ik goed ben zoals ik ben? De trein rijdt weer verder, ik heb mijn bestemming bereikt.

Kijktips!

Ben je nieuwsgierig geraakt naar de programma’s die ik bespreek? Je kunt ze terugkijken op internet:

De Wachtkamer
Aflevering woensdag 15 juli 2015

De Volmaakte Mens
Aflevering 4: de bionische mens

Advertenties

3 reacties op ‘Hoe meer je hoort, hoe beter je wil horen

  1. Frances een vraag van een Audicien . Ik zal me eerst voorstellen: ik ben Erwin Lobato en ben samen eigenaar van Annemiek’s Hoorstudio. Wij zijn ons via Cochleair aan het specialiseren in ondersteuning van Ci en advies van mogelijke gebruikers. Bij het zoeken van tekst voor onze site kwam ik jou bijzondere blog tegen. zouden wij een link naar jou blog op onze site mogen zetten. Zodat mogelijke gebruikers deze waarde volle info van jou kunnen lezen.

    1. Dag Erwin,
      Dank je wel voor je berichtje. Wees welkom om mijn blog te delen op jullie website! Elke bijdrage die ik kan leveren om andere mensen te informeren of inspireren, doe ik graag!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s